De heldinnen van Van Hulley

Daar stonden ze vanochtend. Elf dappere vrouwen kregen een diploma uitgereikt. Stralend trots en met bijbehorende, permanente glimlach. Tweeëntwintig twinkelende ogen. De vrouwen van Van Hulley werkten 10 maanden heel erg hard voor dit moment. En daar werd met recht aandacht aan besteed.

Het raakte me. Om meerdere redenen.

Origineel en dapper plan
Jolijn was ongeveer de eerste die me een jaar geleden belde toen ik riep “ik ben te huur”. We kenden elkaar van eerder en ik volgde haar initiatief Van Hulley al een tijdje. Een origineel en dapper plan: boxershorts maken van overhemden die door de eigenaar niet meer worden gedragen. En niet zomaar. Die boxershorts moesten gemaakt worden door vrouwen die een steuntje in de rug konden gebruiken op de arbeidsmarkt.

Dat lukte. Niet zonder slag of stoot, maar het lukte. Al ruim twee jaar werkt ze met hart en ziel aan haar sociale onderneming. En gedurende die twee jaar ontstond het idee om niet alleen een werkplek te bieden bij Van Hulley, maar de vrouwen ook een opleiding te geven. Zo konden ze na hun periode bij Van Hulley ook écht verder.

En dat écht verder is ook echt écht verder. Dat bleek vanochtend ruimschoots.

Topprestatie, ga er maar aan staan
Uit de toespraken van de opleidingsmanager, de aanwezige wethouder, de docenten en Jolijn bleek dat de vrouwen een topprestatie hadden geleverd. Ze combineerden hun gezin, hun huishouden en hun werk bij Van Hulley met deze opleiding. Dat is pittig. Echt pittig.

Maar wat het meest raakte? Dat het niet een diploma alleen was. Uit de toespraak van een van de prachtige en slimme Van Hulley vrouwen bleek dat er in deze tien maanden veel meer was gebeurd. Er was ruimte gemaakt. Er was een toekomst gecreëerd. Zoals ze zelf verwoordde: “Ik had ambities, maar die zaten lang diep in de ijskast. Door Jolijn zijn ze weer terug. Ik wil er wat van maken.” En deze vrouw wil er niet zomaar iets van maken; ze wil er iets van maken zonder zichzelf te verliezen. Met haar eigen normen en waarden, met haar hoofddoek, met haar kwaliteiten.

Ze prees daarnaast haar “Nederlandse moeder Alda”, Van Hulley medewerkster van het eerste uur. Alda was voor de vrouwen een baken geworden. “Weet ik niet wat ik moet beslissen: Alda bellen. Ben ik blij? Alda bellen. Zit het tegen? Alda bellen.” En ik besefte me vanochtend hoe ontzettend veel dat moet betekenen. De meeste vrouwen zijn de Nederlandse taal niet goed machtig. Ze staan toch soms redelijk buiten de maatschappij waar ik me zo vloeiend (maar ook lang niet altijd) in beweeg en ze worden helaas nog steeds vaker met angst dan met positiviteit tegemoet getreden. Ga er maar aan staan, dacht ik. Denk ik.

Trots en hoop
Zij gingen dit Van Hulley avontuur aan. Zij studeerden, deden (soms voor het eerst in hun leven) een toets, gaven gedenkwaardige presentaties en haalden een diploma. De meeste vrouwen gaan na de zomer zelfs verder studeren. Ze werden uitgedaagd om hun dromen te concretiseren en leerden dat er heel veel in het verschiet voor hen. Dat maakte voor deze vrouwen een enorm verschil. En daar kunnen velen nog wat van leren.

Dus daar zat ik. Met tranen in mijn ogen te luisteren naar oprechte complimenten over de inzet, ambitie en leergierigheid van deze dames. Van deze sterke, stoere dames. Trots dat ik een beetje mag bijdragen aan de mooie missie die Van Hulley heeft. Maar vooral trots op iedereen die dit aandurfden en mogelijk maakten.

En hoop. Hoop dat deze vrouwen inderdaad hun dromen kunnen blijven volgen. Dat ze nog veel meer Jolijns tegen gaan komen in hun verdere leven en carrière. Dat er werkgevers zijn die verder kijken dan een hoofddoek of een accent. Dat ze gestimuleerd zullen blijven worden in hun ambitie en talent. Aan hun zal het in ieder geval niet liggen. Aan mij trouwens ook niet.

Van Hulley en de elf heldinnen met hun diploma. Het was een mooie ochtend.

 

Van Hulley is een sociale onderneming in Groningen met Jolijn Creutzberg aan het roer, omringd door een topteam van Van Hulleys zoals Alda, Marije, Michelle en nog veel meer mensen met een warm hart. Daarover lees je hier meer

vanhulleydiploma

Investeren in marketing: juist als het goed gaat. 3 redenen.

Gaan de zaken goed? Dan is dat juist het moment om te investeren in je marketing. Klinkt misschien een beetje tegenstrijdig, maar dat is het niet. Drie redenen:

1: Je hebt mooiere verhalen te vertellen

Als het goed gaat, impliceert dat goede ontwikkelingen. En goede ontwikkelingen impliceren mooie verhalen. Mooie verhalen heb je nodig voor goede marketing. Zit jouw onderneming in een flow? Dan is het veel makkelijker om de pareltjes van je bedrijf over de bühne te brengen.

2: Je hebt ruimte om te investeren

Gaat het goed met je business, dan heb je meer ruimte om te investeren in je marketing dan als je slechtere tijden beleeft. Dat geldt voor tijd, maar ook voor geld. En hoe je het ook aanpakt: marketing kost tijd én geld. Dus reserveer een reëel bedrag om de wereld (beter) te vertellen dat je er bent.

3: Je zaait terwijl je oogst

Marketingdoelen bereiken kost tijd. Wil je meer naamsbekendheid? Een stevigere profilering? Nieuwe of andere klanten? Dat kan goed met marketing, maar zelden meteen. Terwijl je oogst in de vorm van de mooie opdrachten die je doet, kun je prima verder gaan met zaaien om zo je toekomst veilig(er) te stellen. Juist dan. Want dan borg je dat de stijgende lijn stijgend blijft en ga je voor een lange termijn-basis. Dit geeft je rust en tijd om je strategie steeds te verbeteren.

Wat gebeurt er als je wacht?

Wachten met investeren in marketing tot er mindere tijden aanbreken is onverstandig, vind ik. Je hebt minder middelen tot je beschikking, minder mooie dingen te vertellen en er ligt veel druk op de marketingactiviteiten. De focus verlegt zich dan veel te snel naar returns on investment (ROI) en sales. Die zaken zijn zeker belangrijk, maar een écht waardetoevoegende marketingstrategie gaat om veel meer dan dat.

luchtballon

 

 

Dit soort verhalen in je mailbox? Kan! Schrijf je in voor de MNKE NWSBRF ;).

Vertrouw niet op jezelf

In een verloren uurtje, toen ik eigenlijk allang had moeten slapen, schreef ik een column over kraamweekgeheimen voor ZwangerinGroningen.nl. Oftewel: vier dingen waarvan ik vond dat “men” ze me best hadden mogen vertellen voor De Grote Bevallingsshow begon. Ik vind columns schrijven leuk en het gaat me redelijk makkelijk af, dus een prima tijdverdrijf zo vlak voor dromenland.

Twijfel
De volgende dag herlas ik de column en twijfelde of ik het wel moest publiceren. Die check heb ik eigenlijk altijd met mezelf voordat ik iets online zet. Al jaren. En ook al heb ik inmiddels best veel verhalen online gezet en de ether in geslingerd, ik moet elke keer weer een drempel over. Helemaal als het gaat om persoonlijke verhalen en dit was een persoonlijk verhaal met nog best wat intieme details ook nog. Ik twijfelde. En wat niet veel mensen weten: ik twijfel altijd. Elk verhaal weer. Ik vind het zelden goed genoeg. Dus heb ik mezelf aangeleerd mijn twijfel te negeren en niet naar mijn eigen kritiek te luisteren. Ik publiceer gewoon. Niet zelden zeg ik zelfs hardop tegen mezelf: “kom op, gewoon doen, Mink. Zie je dan wel weer.”

7500 keer gelezen
Schermafbeelding 2015-06-01 om 22.05.57
Geen loze beslissing, deze keer. De betreffende column werd binnen het uur 100 keer gelezen. En toen dacht ik dat het misschien wel een goed gelezen verhaal zou worden. Ik had alleen niet het vermoeden dat het zó hard zou gaan. Het betreffende Facebookbericht heeft inmiddels meer dan 39.000 mensen bereikt (voor de marketeers onder ons: organisch bereik). Het is 7500 keer gelezen. Er zijn meer dan 60 reacties op geweest. 

Schermafbeelding 2015-06-01 om 22.04.52

Wat hebben we (wederom) geleerd, Minke?
Dat ik mijn grootste criticus ben. En dat dit niet altijd helemaal terecht is. Had ik naar mezelf geluisterd, had ik mezelf vertrouwd hierin, dan had deze column niet online gestaan.

Moet ik mezelf dan maar helemaal vrijwaren van kritiek? En helemaal niet meer op mezelf vertrouwen? Nee. Ik moet vertrouwen op het proces; dat ik tijdens het schrijven genoeg oplet. Dat ik met de zinnen die ik weghaal, toevoeg en herformuleer al genoeg zelfcensuur toepas, zodat het eindresultaat klopt en niet opnieuw aan dezelfde meetlat van kwaliteit gelegd hoeft te worden.

En, ach, dat is het ook niet helemaal, altijd. Soms is het gewoon angst. Aarzeling om persoonlijke zaken te delen met een publiek dat ik niet helemaal meer onder controle heb in volume en kwaliteit. En dat gaat ook niet altijd vlekkeloos; kop versus maaiveld is wachten op meer of minder onderbouwde kritiek. Daar heb ik ook maar aan te wennen.

Moraal
Moraal van het verhaal? Een belangrijke marketingles wat mij betreft: niet denken, maar doen. Voelen dat het klopt en het dan gewoon durven. Vraag jezelf: wat is het ergste dat er kan gebeuren? Een volledige flater sla je namelijk echt niet zomaar. En vraag jezelf ook: wat is het beste dat zou kunnen gebeuren? Voor je het weet heb je een hitje te pakken. Dus: experimenteer, doe, publiceer, kijk wat er gebeurt. En vertrouw niet op jezelf. Niet blind, in ieder geval.

 

 

Vaker zo’n verhaal? Schrijf je dan in voor de MNKE nieuwsbrief. Kom ik gewoon je mailbox binnen ;).